Altijd leuk om te zien dat je analyses worden gelezen en begrepen.
En goed om te lezen dat in de praktijk veelal maatwerk wordt geleverd: genderspecifiek waar nodig.
In de proces-evaluatie Wet tijdelijk Huisverbod door Regioplan wordt in de inleiding (p.6-7) mijn gendertoets uit 2008 gebruikt als kader rond het thema gender en huiselijk geweld. Daarbij worden ook de door mij genoemde risico's die het huisverbod heeft ten aanzien van genderaspecten genoemd:
- de autonomie en zeggenschap van de achterblijver(s) worden tijdelijk opzij geschovendoordat het RiHG (Risico-inventarisatie-instrument, mdb), en niet de wens van de achterblijver, leidend is bij het opleggen van een huisverbod;
- een systeemgerichte hulpverleningsaanpak kan ertoe leiden dat de verantwoordelijkheid voor het geweld (mede) bij de achterblijver wordt gelegd, en druk op de achterblijver wordt gelegd om (systeemgericht) mee te werken aan de behandeling van de pleger;
- het huisverbod geeft uithuisgeplaatsten wel het recht op gratis rechtsbijstand, maar achterblijvers niet.
Bij het onderzoek naar de praktijk blijkt dat de systeemgerichte aanpak weliswaar maakt dat hulpverleners als uitgangspunt een genderneutrale aanpak hanteren, maar dat er voldoende oog is voor situaties waarin sprake is van zogenaamd controlerend geweld, waarbij genderaspecten vaak een rol spelen. Het blijkt dat de hulpverlening in die gevallen verschuift naar het weerbaar maken en ondersteunen van het slachtoffer.
Ik ben daar blij om.
En ik ben er ook blij om dat deze evaluatie oog heeft voor de nuance: huiselijk geweld is niet altijd genderneutraal, maar ook niet altijd genderspecifiek. Dat betekent dat er altijd maatwerk geleverd zal moeten worden.
O ja, en met betrekking tot die rechtsbijstand aan de achterblijver zijn er ook ontwikkelingen: ik las een persbericht dat Slachtofferhulp Nederland juridisch advies gaat geven aan de achterblijvers bij een uithuisplaatsing. Nog wel wat anders dan juridische bijstand door een advocaat, en ik weet ook niet of het breed genoeg is (weten de vrijwilligers van slachtofferhulp voldoende over vreemdelingenrecht, woonrecht, familierecht en sociale zekerheid om de achterblijvers hierover een eerste advies te kunnen geven cq te kunnen beoordelen of ze hierover een meer uitgebreid juridisch advies nodig hebben?) Maar het is een eerste stap.
Posts tonen met het label huiselijk geweld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huiselijk geweld. Alle posts tonen
vrijdag 4 maart 2011
zondag 16 januari 2011
Huiselijk geweld en mannen
Veertig procent van de slachtoffers van huiselijk geweld is man, aldus het nieuwsbericht in de kranten van afgelopen dagen. Daar sta je dan met je jarenlange uitgedragen overtuiging dat huiselijk geweld voor een groot deel gendergerelateerd is. Niets van waar, mannen en vrouwen zijn ongeveer even vaak slachtoffer, het heeft dus niets met rolpatronen of machtsverschillen te maken.
Of toch wel?
De cijfers, en ook de werkelijkheid, zijn minder eenduidig dan het op het eerste gezicht lijkt. Dezelfde krantenberichten melden dat 83% van de plegers van huiselijk geweld man is. Hoe dit met elkaar te rijmen? Betekent dit dat 17% van de mannen wordt mishandeld door hun vrouwelijke partner en 23% door hum mannelijke (homoseksuele partner)?
Hier wreekt zich het gebruik van de term 'huiselijk geweld' als containerbegrip voor alle mogelijke vormen van geweld binnen het gezin, van kindermishandeling tot partnergeweld tot ouder- en ouderenmishandeling. Van lichamelijk geweld tot psychische geweld tot seksueel geweld. In veel opzichten is het goed om het begrip breed te houden, bijvoorbeeld waar het gaat om strafrechtelijke inzet, het kunnen inzetten van het huisverbod, of hulpverlening door de steunpunten huiselijk geweld. Maar waar het gaat om het doorgronden van de (oorzaken van) problematiek, en het ontwikkelen van gerichte preventie-strategieën is het zaak veel preciezer te kijken. Over welke vorm van huiselijk geweld hebben we het? Wat is de achtergrond van het geweld?
Het onderzoek waarop de krantenberichten zijn gebaseerd bevat een groot aantal van die meer specifieke gegevens. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen incidenteel geweld en evident (meer structureel / ernstig) geweld, wordt gekeken wie de plegers van het geweld zijn, en wordt specifiek aandacht besteed aan de meest ernstige vorm van huiselijk geweld, het zogenaamd 'intimate terrorism'. En dan blijkt ook dat sekse nog steeds een onderscheidend criterium is. De brief waarmee de minister van justitie het onderzoek aanbiedt aan de Tweede Kamer laat hier ook geen misverstand over bestaan:
"Ruim twee derde van het evident huiselijk geweld is gepleegd door partners of ex-partners. Vrouwen worden vaker slachtoffer van geweld dat gepleegd wordt door de (ex) partner dan mannen. Mannen worden vaker slachtoffer van geweld dat gepleegd wordt door een broer of een andere persoon in de huiselijke kring. (...) De meest ernstige vorm is een structurele vorm van huiselijk geweld. Het wordt gekarakteriseerd door controle en macht die de dader, meestal de man, uitoefent op het slachtoffer, meestal de vrouw. Een ongelijke machtsverhouding tussen man en vrouw ligt hier aan de basis. Dit type onderscheidt zich duidelijk van de andere lichtere typen van partnergeweld. Ongeveer 20 procent van de daders is onder te brengen in deze groep."
Dat de meest ernstige vorm van huiselijk geweld gendergerelateerd is, betekent overigens niet dat we geen aandacht moeten besteden aan de mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, of dat nu door hun partner of door anderen wordt gepleegd. Ik ben blij dat de minister aankondigt de ondersteuning van mannelijke slachtoffers te willen verbeteren, en de meest ernstige vorm van huiselijk geweld verscherpt aan wil pakken.
Huiselijk geweld heeft te maken met persoonlijke relaties. Relaties waarin al dan niet stereotype genderrollen een grote rol spelen. Een goede aanpak speelt daarop in, en is dus genderspecifiek. Maar niet alleen genderspecifiek: hoe meer maatwerk kan worden geleverd ten aanzien van specifieke groepen daders of slachtoffers, hoe meer effect er van de maatregelen kan worden verwacht. Wat dat betreft is niet alleen meer onderzoek nodig naar de omvang van huiselijk geweld binnen verschillende bevolkingsgroepen, zoals de minister aankondigt (naar aanleiding van het onderzoeksresultaat dat niet-westers-allochtone daders oververtegenwoordigd zijn in de groep daders die met justitie in aanraking komt), maar zal ook de aanpak afgestemd moeten worden aan de achtergronden en behoeften van verschillende groepen. Hetzelfde geldt voor geweld binnen homoseksuele relaties; iets waar het onderzoek geheel aan voorbij gaat.
Meer mannen slachtoffer van huiselijk geweld dan gedacht. Geen reden om de genderspecifieke aanpak overboord te zetten, maar juist om deze te versterken. Ter ondersteuning van mannen en van vrouwen.
Of toch wel?
De cijfers, en ook de werkelijkheid, zijn minder eenduidig dan het op het eerste gezicht lijkt. Dezelfde krantenberichten melden dat 83% van de plegers van huiselijk geweld man is. Hoe dit met elkaar te rijmen? Betekent dit dat 17% van de mannen wordt mishandeld door hun vrouwelijke partner en 23% door hum mannelijke (homoseksuele partner)?
Hier wreekt zich het gebruik van de term 'huiselijk geweld' als containerbegrip voor alle mogelijke vormen van geweld binnen het gezin, van kindermishandeling tot partnergeweld tot ouder- en ouderenmishandeling. Van lichamelijk geweld tot psychische geweld tot seksueel geweld. In veel opzichten is het goed om het begrip breed te houden, bijvoorbeeld waar het gaat om strafrechtelijke inzet, het kunnen inzetten van het huisverbod, of hulpverlening door de steunpunten huiselijk geweld. Maar waar het gaat om het doorgronden van de (oorzaken van) problematiek, en het ontwikkelen van gerichte preventie-strategieën is het zaak veel preciezer te kijken. Over welke vorm van huiselijk geweld hebben we het? Wat is de achtergrond van het geweld?
Het onderzoek waarop de krantenberichten zijn gebaseerd bevat een groot aantal van die meer specifieke gegevens. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen incidenteel geweld en evident (meer structureel / ernstig) geweld, wordt gekeken wie de plegers van het geweld zijn, en wordt specifiek aandacht besteed aan de meest ernstige vorm van huiselijk geweld, het zogenaamd 'intimate terrorism'. En dan blijkt ook dat sekse nog steeds een onderscheidend criterium is. De brief waarmee de minister van justitie het onderzoek aanbiedt aan de Tweede Kamer laat hier ook geen misverstand over bestaan:
"Ruim twee derde van het evident huiselijk geweld is gepleegd door partners of ex-partners. Vrouwen worden vaker slachtoffer van geweld dat gepleegd wordt door de (ex) partner dan mannen. Mannen worden vaker slachtoffer van geweld dat gepleegd wordt door een broer of een andere persoon in de huiselijke kring. (...) De meest ernstige vorm is een structurele vorm van huiselijk geweld. Het wordt gekarakteriseerd door controle en macht die de dader, meestal de man, uitoefent op het slachtoffer, meestal de vrouw. Een ongelijke machtsverhouding tussen man en vrouw ligt hier aan de basis. Dit type onderscheidt zich duidelijk van de andere lichtere typen van partnergeweld. Ongeveer 20 procent van de daders is onder te brengen in deze groep."
Dat de meest ernstige vorm van huiselijk geweld gendergerelateerd is, betekent overigens niet dat we geen aandacht moeten besteden aan de mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, of dat nu door hun partner of door anderen wordt gepleegd. Ik ben blij dat de minister aankondigt de ondersteuning van mannelijke slachtoffers te willen verbeteren, en de meest ernstige vorm van huiselijk geweld verscherpt aan wil pakken.
Huiselijk geweld heeft te maken met persoonlijke relaties. Relaties waarin al dan niet stereotype genderrollen een grote rol spelen. Een goede aanpak speelt daarop in, en is dus genderspecifiek. Maar niet alleen genderspecifiek: hoe meer maatwerk kan worden geleverd ten aanzien van specifieke groepen daders of slachtoffers, hoe meer effect er van de maatregelen kan worden verwacht. Wat dat betreft is niet alleen meer onderzoek nodig naar de omvang van huiselijk geweld binnen verschillende bevolkingsgroepen, zoals de minister aankondigt (naar aanleiding van het onderzoeksresultaat dat niet-westers-allochtone daders oververtegenwoordigd zijn in de groep daders die met justitie in aanraking komt), maar zal ook de aanpak afgestemd moeten worden aan de achtergronden en behoeften van verschillende groepen. Hetzelfde geldt voor geweld binnen homoseksuele relaties; iets waar het onderzoek geheel aan voorbij gaat.
Meer mannen slachtoffer van huiselijk geweld dan gedacht. Geen reden om de genderspecifieke aanpak overboord te zetten, maar juist om deze te versterken. Ter ondersteuning van mannen en van vrouwen.
dinsdag 14 september 2010
De werkgroep
Ongeveer vanaf het moment dat ik advocaat werd (ja kinderen, dat was in 1989) ben ik lid van de werkgroep seksueel geweld. Een werkgroep van oorspronkelijk alleen en later vooral vrouwelijke advocaten die slachtoffers van seksueel geweld bijstaan, en van wat andere geïnteresseerden. Ondanks alle wisselingen in de organisatie waar de werkgroep een werkgroep van is (achtereenvolgend de landelijke werkgroep vrouw en recht, het Clara Wichmann Instituut en nu de Vereniging voor Vrouw en Recht) draait de werkgroep gewoon door; iedere tweede dinsdag van de maand, van zes tot acht. Met uitwisseling van alle nieuwtjes op het gebied van wetgeving en jurisprudentie, casusbespreking en af en toe een actie richting wetgever, rechtsprekers of instanties zoals de raad voor rechtsbijstand.
Toen ik in 2002 stopte met mijn advocatenpraktijk bleef ik vanuit mijn functie bij het Clara Wichmann Instituut actief lid (zelfs coördinator) van de werkgroep.
Pas in 2006, toen ik op lokaal niveau politiek actief werd, en vrijwel iedere dinsdag moest vergaderen, kwam de klad er in. Sindsdien heb ik weinig werkgroepbijeenkomsten meer bezocht,
Maar vanavond was ik er weer. En gelukkig is er weinig veranderd. Zelfs de helft van de aanwezigen kende ik nog. Nu was ik er vanavond met een doel (ik ga de bestaande jurisprudentiebundel over schadevergoeding na seksueel geweld updaten, en heb daar input van de werkgroepleden voor nodig), maar buiten dat vind ik het weer bijzonder inspirerend. Het is goed om signalen vanuit de praktijk te horen (van officieren van justitie die vorderingen benadeelde partij torpederen tot Oost-Europese 'bruiden' die worden uitgebuit en mishandeld, en het gebrek aan aandacht voor huiselijk geweld bij familierechters), om samen te brainstormen over de meest effectieve manier om de gebrekkige rechtsbijstand aan slachtoffers op de kaart te zetten, of over een manier om de uitsluiting van schade ten gevolge van seksueel misbruik door verzekeringsmaatschappijen aan te pakken.
Ik krijg bijna zin om weer advocaat te worden.
Maar in ieder geval veel zin om weer zo vaak mogelijk werkgroepbijeenkomsten bij te wonen. Hoewel ik nog steeds erg weinig kan op dinsdag......
Toen ik in 2002 stopte met mijn advocatenpraktijk bleef ik vanuit mijn functie bij het Clara Wichmann Instituut actief lid (zelfs coördinator) van de werkgroep.
Pas in 2006, toen ik op lokaal niveau politiek actief werd, en vrijwel iedere dinsdag moest vergaderen, kwam de klad er in. Sindsdien heb ik weinig werkgroepbijeenkomsten meer bezocht,
Maar vanavond was ik er weer. En gelukkig is er weinig veranderd. Zelfs de helft van de aanwezigen kende ik nog. Nu was ik er vanavond met een doel (ik ga de bestaande jurisprudentiebundel over schadevergoeding na seksueel geweld updaten, en heb daar input van de werkgroepleden voor nodig), maar buiten dat vind ik het weer bijzonder inspirerend. Het is goed om signalen vanuit de praktijk te horen (van officieren van justitie die vorderingen benadeelde partij torpederen tot Oost-Europese 'bruiden' die worden uitgebuit en mishandeld, en het gebrek aan aandacht voor huiselijk geweld bij familierechters), om samen te brainstormen over de meest effectieve manier om de gebrekkige rechtsbijstand aan slachtoffers op de kaart te zetten, of over een manier om de uitsluiting van schade ten gevolge van seksueel misbruik door verzekeringsmaatschappijen aan te pakken.
Ik krijg bijna zin om weer advocaat te worden.
Maar in ieder geval veel zin om weer zo vaak mogelijk werkgroepbijeenkomsten bij te wonen. Hoewel ik nog steeds erg weinig kan op dinsdag......
maandag 14 juni 2010
Gelukkig is het nog niet zover: als Oranje verliest slaat papa ons

Op zaterdag 12 juni is de campagne ‘Zet huiselijk geweld buiten spel’ gestart. In de periode van 12 juni tot en met 31 juli staan gigaboards langs de hoofdsnelwegen in Nederland om aandacht te vragen voor huiselijk geweld: “Als Oranje verliest, slaat papa ons. Gezellig zo’n WK …” “Zet huiselijk geweld buitenspel”
De campagne ‘Zet huiselijk geweld buitenspel’ loopt tijdens het Wereldkampioenschap Voetbal. De vrouwenopvang instellingen van de Federatie Opvang willen met deze campagne juist tijdens het WK aandacht vragen voor huiselijk geweld. Want dat voetbal mensen samenbrengt en verbroedert, is bekend. Dat voetbal en geweld niet samengaan; daar zijn we het ook allemaal over eens. Dit geldt ook voor sport en huiselijk geweld. Maar dat huiselijk geweld een groot probleem is dat zelfs verergert tijdens belangrijke sportevenementen als een WK, is minder bekend. De vrouwenopvang wil daarom juist in deze periode mensen aan het denken zetten.
meer info over de campagne: www.opvang.nl
woensdag 13 januari 2010
klagende slachtoffers
Ik las zojuist in een bericht op www.huiselijkgeweld.nl dat er door slachtoffers meer klachten over het niet-vervolgen van strafbare feiten (de artikel 12 procedure) worden ingediend dan vroeger. Volgens de minister is een van de oorzaken hiervoor het toegenomen aantal klachten over sepots in huiselijk geweld zaken. "Mogelijk kan daarbij voorts een rol spelen dat de intensivering van het beleid gericht op de aanpak van huiselijk geweld en geweld in het algemeen, verwachtingen wekt, waardoor in geval besloten wordt een zaak te seponeren, dit voor slachtoffers extra teleurstelling oplevert.". Een open deur lijkt mij.
De oplossing wordt gezocht in het beter informeren van slachtoffers door het OM over de reden en achtergronden van een sepot. Dat is inderdaad belangrijk, en zal ongetwijfeld bijdragen aan een afname van het aantal klachten. Maar natuurlijk is het zeker zo belangrijk om gewoon meer te gaan vervolgen, in ieder geval wanneer een zaak bewijsbaar is en het slachtoffer vervolging wil. (Volgens de geldende richtlijnen zou er ook tegen de wens van slachtoffers in vervolgd moeten, worden. persoonlijk ben ik darvan niet zo'n voorstander, maar daarover wellicht op een ander moment meer).
Gelukkig gaat de minister (nog) niet mee met de suggesties van Teeven (VVD) en van Haersma Buma (CDA) om de beklagprocedure aan te passen omdat slachtoffers zoveel klagen. Vooral Teeven valt hiermee wat mij betreft door de mand. Hield hij vorige week bij P&W nog een tirade dat iemand die vraagtekens zet bij de most-wanted-lijst slachtoffers in de kou laat staan, wil hij zelf slachtoffer hun rechten inperken ontnemen omdat ze daar gebruik van blijken te maken.
dit alles levert wel weer actuele gespreksstof op voor tijdens de training Juridische aspecten van huiselijk geweld die ik morgen weer in Rotterdam ga geven.
De oplossing wordt gezocht in het beter informeren van slachtoffers door het OM over de reden en achtergronden van een sepot. Dat is inderdaad belangrijk, en zal ongetwijfeld bijdragen aan een afname van het aantal klachten. Maar natuurlijk is het zeker zo belangrijk om gewoon meer te gaan vervolgen, in ieder geval wanneer een zaak bewijsbaar is en het slachtoffer vervolging wil. (Volgens de geldende richtlijnen zou er ook tegen de wens van slachtoffers in vervolgd moeten, worden. persoonlijk ben ik darvan niet zo'n voorstander, maar daarover wellicht op een ander moment meer).
Gelukkig gaat de minister (nog) niet mee met de suggesties van Teeven (VVD) en van Haersma Buma (CDA) om de beklagprocedure aan te passen omdat slachtoffers zoveel klagen. Vooral Teeven valt hiermee wat mij betreft door de mand. Hield hij vorige week bij P&W nog een tirade dat iemand die vraagtekens zet bij de most-wanted-lijst slachtoffers in de kou laat staan, wil hij zelf slachtoffer hun rechten inperken ontnemen omdat ze daar gebruik van blijken te maken.
dit alles levert wel weer actuele gespreksstof op voor tijdens de training Juridische aspecten van huiselijk geweld die ik morgen weer in Rotterdam ga geven.
dinsdag 22 september 2009
Evenwichtige uitspraak Hof Den Haag over ouderlijk gezag
In de afgelopen jaren is van verschillende kanten kritiek geuit op de Nederlandse familie-rechtsraak, inhoudende dat familierechters in hun uitspraken onvoldoende rekening houden met huiselijk geweld. Zie onder meer de website van Stichting Zijweg. Begin 2008 organiseerde ik samen met het Verweij Jonker Instituut een expertmeeting over dit onderwerp. Op deze expertmeeting werd geconstateerd dat familierechters vrijwel nooit eenhoofdig ouderlijk gezag toewijzen, ook niet in die gevallen waarin (bijvoorbeeld op grond van huiselijk geweld) omgang wordt ontzegd. In de conclusies van de expertmeeting werd daarover gezegd dat er minder rigide uitgegaan zou moeten worden van gezamenlijk gezag, en dat als er gronden zijn om omgang te ontzeggen, het uitgangspunt omgedraaid zou moeten worden: in plaats van 'gezamenlijk gezag, tenzij' zou het dan moeten worden: 'eenhoofdig gezag, tenzij'.
Inmiddels is er een uitspraak van het Hof in Den Haag, waarin in een zaak waarin huiselijk geweld speelde eenhoofdig gezag is toegekend. Hierbij is getoetst aan de criteria van de nieuwe wet bevordering voortgezet ouderschap.
Een citaat uit deze uitspraak:
en dan:
Wat mij betreft een mooie, evenwichtige uitspraak, waarbij het belang van het kind echt centraal staat.
Inmiddels is er een uitspraak van het Hof in Den Haag, waarin in een zaak waarin huiselijk geweld speelde eenhoofdig gezag is toegekend. Hierbij is getoetst aan de criteria van de nieuwe wet bevordering voortgezet ouderschap.
Een citaat uit deze uitspraak:
Gezamenlijk gezag vereist dat de vader en de moeder in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de minderjarigen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de minderjarigen kunnen voordoen, zodanig dat de minderjarigen niet klem of verloren raken tussen hen. Het hof stelt voorop dat het voor de minderjarigen van bijzonder belang is om in een veilige en evenwichtige leefomgeving op te groeien.
en dan:
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof voldoende gebleken dat de verhouding tussen de vader en de moeder als gevolg van traumatische ervaringen in de voormalige gezinssituatie ernstig is beschadigd. De moeder heeft de vicieuze cirkel van huiselijk geweld op eigen kracht doorbroken door met de minderjarigen bij de vader weg te gaan. Inmiddels zijn de moeder en de minderjarigen, in verband met de angst die hen nog steeds beheerst, woonachtig op een voor de vader onbekend adres. Van communicatie tussen de vader en de moeder is op dit moment dan ook geen sprake. Naar het oordeel van het hof kan, gezien dit turbulente verleden, ook niet van de moeder gevergd worden dat zij binnen afzienbare tijd met de vader in overleg treedt, te minder nu het hof ter zitting is gebleken dat de vader voortdurend een eigen rol opeist en zich onvoldoende bewust is van de gevolgen van zijn opstelling en zijn handelen voor de moeder en de minderjarigen.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de communicatieproblemen tussen de vader en de moeder van dien aard zijn dat er bij gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico bestaat dat de stabiliteit waarin de moeder en de minderjarigen nu leven wordt verstoord en dat de minderjarigen klem of verloren raken tussen de vader en de moeder. Het hof zal het verzoek van vader tot instandhouding van het gezamenlijk gezag dan ook afwijzen.
Wat mij betreft een mooie, evenwichtige uitspraak, waarbij het belang van het kind echt centraal staat.
dinsdag 23 juni 2009
Field trip
During the last days of our stay in Nepal, the internet conection was not doing so well. At least not on my computer. And because I am back to business as usual by now, I will not blog further about eveything we did after 16 June. But the experiences on the fieldtrip on 17 June I really want to share.
It was hot and exhausting, our field trip.
But it was also very interesting.
We left at 7, in a decorated bus, because Marije had her birthday.
It took us more than 4 hours to drive from Godavari through Kathmandu to Dading, a town (and district) North-West of Kathmandu. When we arrived, we were welcomed by a group of about 20 Nepali women who belonged to the Women’s Rights Defenders Network in Dading (the district). Board members, volunteers and survivors: victims of domestic violence who had taken the difficult decision to come forward and report the violence.

The women told us about their difficult work in a rural area of Nepal, with is strong patriarch traditions of arranged marriages, dowry and total dependency of women (first to their own family, after marriage to their in-laws). But even within a few years they achieved things. Before the police was very reluctant to take any case of domestic violence seriously. Most victims were send home. After a while, cases in which victims were supported by the WRHD-Network were taken up, and nowadays the polices sometimes even calls the Network to support a victim that has come to the police by herself.
But there is a long way to go. And the women who work in the Network are not safe. We were told the story of Laxmi Bohara, who was murdered on 7 June 2008 by her husband and mother in law who objected the human rights work that she was engaged in fighting for women's rights. ut we were also told how how women’s groups had fought to and eventually succeeded in getting the killer sentenced. (more information).
Also the survivors told their heart breaking stories. About being locked up in a house where the water came in. About being send back to your abusing husband by your own family which refused to ‘have you back’. But also about empowering by education, and the solidarity of other women. And I hope that our visit to them was helpful for that as well. To show them our solidarity, to make their stories listened to. To give them a small amount as financial support. I wished we could do more to support them. Not to take things over that is: they are strong women, and very well capable of organising themselves, set their own agenda and empower themselves and the Nepali women.
After a lunch in Dang we went back by bus. It was still very hot, and the trip took us again hours (although only 2 ½ ).

At five we arrived at the office of the UN Commissioner on Human Rights in Nepal, where we spoke with two representatives. They informed u about the situation of women in Nepal, and the various forms of Violence Against Women which are prevalent in the country. The UNCHR is working quite hard on the issue, with conferences, discussions with government, cooperation with NGOs and training of state officials and police officers in various districts of Nepal. They were also interested in the tool we are developing.
Both visits together provided a rather good (although far from complete) picture of domestic violence in the country. Afterwards, we were all very tired, and very impressed.
It was hot and exhausting, our field trip.
But it was also very interesting.
We left at 7, in a decorated bus, because Marije had her birthday.
It took us more than 4 hours to drive from Godavari through Kathmandu to Dading, a town (and district) North-West of Kathmandu. When we arrived, we were welcomed by a group of about 20 Nepali women who belonged to the Women’s Rights Defenders Network in Dading (the district). Board members, volunteers and survivors: victims of domestic violence who had taken the difficult decision to come forward and report the violence.

The women told us about their difficult work in a rural area of Nepal, with is strong patriarch traditions of arranged marriages, dowry and total dependency of women (first to their own family, after marriage to their in-laws). But even within a few years they achieved things. Before the police was very reluctant to take any case of domestic violence seriously. Most victims were send home. After a while, cases in which victims were supported by the WRHD-Network were taken up, and nowadays the polices sometimes even calls the Network to support a victim that has come to the police by herself.
But there is a long way to go. And the women who work in the Network are not safe. We were told the story of Laxmi Bohara, who was murdered on 7 June 2008 by her husband and mother in law who objected the human rights work that she was engaged in fighting for women's rights. ut we were also told how how women’s groups had fought to and eventually succeeded in getting the killer sentenced. (more information).
Also the survivors told their heart breaking stories. About being locked up in a house where the water came in. About being send back to your abusing husband by your own family which refused to ‘have you back’. But also about empowering by education, and the solidarity of other women. And I hope that our visit to them was helpful for that as well. To show them our solidarity, to make their stories listened to. To give them a small amount as financial support. I wished we could do more to support them. Not to take things over that is: they are strong women, and very well capable of organising themselves, set their own agenda and empower themselves and the Nepali women.
After a lunch in Dang we went back by bus. It was still very hot, and the trip took us again hours (although only 2 ½ ).

At five we arrived at the office of the UN Commissioner on Human Rights in Nepal, where we spoke with two representatives. They informed u about the situation of women in Nepal, and the various forms of Violence Against Women which are prevalent in the country. The UNCHR is working quite hard on the issue, with conferences, discussions with government, cooperation with NGOs and training of state officials and police officers in various districts of Nepal. They were also interested in the tool we are developing.
Both visits together provided a rather good (although far from complete) picture of domestic violence in the country. Afterwards, we were all very tired, and very impressed.
Abonneren op:
Posts (Atom)
