Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2011

Gender en huiselijk geweld

Altijd leuk om te zien dat je analyses worden gelezen en begrepen.
En goed om te lezen dat in de praktijk veelal maatwerk wordt geleverd: genderspecifiek waar nodig.

In de proces-evaluatie Wet tijdelijk Huisverbod door Regioplan wordt in de inleiding (p.6-7) mijn gendertoets uit 2008 gebruikt als kader rond het thema gender en huiselijk geweld. Daarbij worden ook de door mij genoemde risico's die het huisverbod heeft ten aanzien van genderaspecten genoemd:
- de autonomie en zeggenschap van de achterblijver(s) worden tijdelijk opzij geschovendoordat het RiHG (Risico-inventarisatie-instrument, mdb), en niet de wens van de achterblijver, leidend is bij het opleggen van een huisverbod;
- een systeemgerichte hulpverleningsaanpak kan ertoe leiden dat de verantwoordelijkheid voor het geweld (mede) bij de achterblijver wordt gelegd, en druk op de achterblijver wordt gelegd om (systeemgericht) mee te werken aan de behandeling van de pleger;
- het huisverbod geeft uithuisgeplaatsten wel het recht op gratis rechtsbijstand, maar achterblijvers niet.

Bij het onderzoek naar de praktijk blijkt dat de systeemgerichte aanpak weliswaar maakt dat hulpverleners als uitgangspunt een genderneutrale aanpak hanteren, maar dat er voldoende oog is voor situaties waarin sprake is van zogenaamd controlerend geweld, waarbij genderaspecten vaak een rol spelen. Het blijkt dat de hulpverlening in die gevallen verschuift naar het weerbaar maken en ondersteunen van het slachtoffer.
Ik ben daar blij om.
En ik ben er ook blij om dat deze evaluatie oog heeft voor de nuance: huiselijk geweld is niet altijd genderneutraal, maar ook niet altijd genderspecifiek. Dat betekent dat er altijd maatwerk geleverd zal moeten worden.

O ja, en met betrekking tot die rechtsbijstand aan de achterblijver zijn er ook ontwikkelingen: ik las een persbericht dat Slachtofferhulp Nederland juridisch advies gaat geven aan de achterblijvers bij een uithuisplaatsing. Nog wel wat anders dan juridische bijstand door een advocaat, en ik weet ook niet of het breed genoeg is (weten de vrijwilligers van slachtofferhulp voldoende over vreemdelingenrecht, woonrecht, familierecht en sociale zekerheid om de achterblijvers hierover een eerste advies te kunnen geven cq te kunnen beoordelen of ze hierover een meer uitgebreid juridisch advies nodig hebben?) Maar het is een eerste stap.

zondag 16 januari 2011

Huiselijk geweld en mannen

Veertig procent van de slachtoffers van huiselijk geweld is man, aldus het nieuwsbericht in de kranten van afgelopen dagen. Daar sta je dan met je jarenlange uitgedragen overtuiging dat huiselijk geweld voor een groot deel gendergerelateerd is. Niets van waar, mannen en vrouwen zijn ongeveer even vaak slachtoffer, het heeft dus niets met rolpatronen of machtsverschillen te maken.
Of toch wel?
De cijfers, en ook de werkelijkheid, zijn minder eenduidig dan het op het eerste gezicht lijkt. Dezelfde krantenberichten melden dat 83% van de plegers van huiselijk geweld man is. Hoe dit met elkaar te rijmen? Betekent dit dat 17% van de mannen wordt mishandeld door hun vrouwelijke partner en 23% door hum mannelijke (homoseksuele partner)?
Hier wreekt zich het gebruik van de term 'huiselijk geweld' als containerbegrip voor alle mogelijke vormen van geweld binnen het gezin, van kindermishandeling tot partnergeweld tot ouder- en ouderenmishandeling. Van lichamelijk geweld tot psychische geweld tot seksueel geweld. In veel opzichten is het goed om het begrip breed te houden, bijvoorbeeld waar het gaat om strafrechtelijke inzet, het kunnen inzetten van het huisverbod, of hulpverlening door de steunpunten huiselijk geweld. Maar waar het gaat om het doorgronden van de (oorzaken van) problematiek, en het ontwikkelen van gerichte preventie-strategieën is het zaak veel preciezer te kijken. Over welke vorm van huiselijk geweld hebben we het? Wat is de achtergrond van het geweld?
Het onderzoek waarop de krantenberichten zijn gebaseerd bevat een groot aantal van die meer specifieke gegevens. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen incidenteel geweld en evident (meer structureel / ernstig) geweld, wordt gekeken wie de plegers van het geweld zijn, en wordt specifiek aandacht besteed aan de meest ernstige vorm van huiselijk geweld, het zogenaamd 'intimate terrorism'. En dan blijkt ook dat sekse nog steeds een onderscheidend criterium is. De brief waarmee de minister van justitie het onderzoek aanbiedt aan de Tweede Kamer laat hier ook geen misverstand over bestaan:
"Ruim twee derde van het evident huiselijk geweld is gepleegd door partners of ex-partners. Vrouwen worden vaker slachtoffer van geweld dat gepleegd wordt door de (ex) partner dan mannen. Mannen worden vaker slachtoffer van geweld dat gepleegd wordt door een broer of een andere persoon in de huiselijke kring. (...) De meest ernstige vorm is een structurele vorm van huiselijk geweld. Het wordt gekarakteriseerd door controle en macht die de dader, meestal de man, uitoefent op het slachtoffer, meestal de vrouw. Een ongelijke machtsverhouding tussen man en vrouw ligt hier aan de basis. Dit type onderscheidt zich duidelijk van de andere lichtere typen van partnergeweld. Ongeveer 20 procent van de daders is onder te brengen in deze groep."
Dat de meest ernstige vorm van huiselijk geweld gendergerelateerd is, betekent overigens niet dat we geen aandacht moeten besteden aan de mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, of dat nu door hun partner of door anderen wordt gepleegd. Ik ben blij dat de minister aankondigt de ondersteuning van mannelijke slachtoffers te willen verbeteren, en de meest ernstige vorm van huiselijk geweld verscherpt aan wil pakken.
Huiselijk geweld heeft te maken met persoonlijke relaties. Relaties waarin al dan niet stereotype genderrollen een grote rol spelen. Een goede aanpak speelt daarop in, en is dus genderspecifiek. Maar niet alleen genderspecifiek: hoe meer maatwerk kan worden geleverd ten aanzien van specifieke groepen daders of slachtoffers, hoe meer effect er van de maatregelen kan worden verwacht. Wat dat betreft is niet alleen meer onderzoek nodig naar de omvang van huiselijk geweld binnen verschillende bevolkingsgroepen, zoals de minister aankondigt (naar aanleiding van het onderzoeksresultaat dat niet-westers-allochtone daders oververtegenwoordigd zijn in de groep daders die met justitie in aanraking komt), maar zal ook de aanpak afgestemd moeten worden aan de achtergronden en behoeften van verschillende groepen. Hetzelfde geldt voor geweld binnen homoseksuele relaties; iets waar het onderzoek geheel aan voorbij gaat.
Meer mannen slachtoffer van huiselijk geweld dan gedacht. Geen reden om de genderspecifieke aanpak overboord te zetten, maar juist om deze te versterken. Ter ondersteuning van mannen en van vrouwen.

donderdag 19 november 2009

Genderintensifering en de manen van Jupiter


Net terug van een leuke ouderavond op het 4e gymnasium.
Na wat huishoudelijke mededelingen over de ouderbijdrage hield wetenschapsjournalist Koos Neuvel een inleiding onder de titel waarom jongens geen meisjes zijn. Daarbij ging hij in op de vraag waarom meisjes tegenwoordig zoveel beter presteren in het onderwijs dan jongens, of liever gezegd, waarom jongens slechter presteren dan meisjes. Uit onderzoek blijkt dat de feminisering ofwel verjuffing van het onderwijs hier niets mee te maken heeft. De belangrijke oorzaak ligt volgens hem in de genderintensifering. Jongens hebben altijd al de neiging om enigszins lui te zijn, en zich af te zetten tegen instituties als school. Nu meisjes in de afgelopen decennia veel beter zijn gaan presteren op school, leidt dat -in gemengde groepen- tot nog meer luiheid en slechter resteren bij jongens. De groepsdruk tussen jongens (en mannen) zegt dat jongens geen meisjes mogen zijn. En waar leren en presteren steeds meer iets van meisjes wordt, gaan jongens zich er dus meer tegen verzetten, en zich meer macho gedragen (genderintensifering). In niet gemengde groepen zie je dit niet. Daar willen jongens zich best bezig houden met taal, en zelfs zingen en toneelspelen. Voor meisjes maakt het allemaal wat minder uit (als meisje mag je jongensachtig zijn), maar ook voor meisjes zouden ongemengde klassen beter zijn, met name in de exacte vakken.
Interessante lezing; de vraag of je de verschillen tussen de seksen kunt verkleinen door seksesegregatie vind ik een intigrerende.
Na de lezing mochten we op de dak van de school allemaal even door de sterrenkijker kijken, die gericht stond op Jupiter. Heel mooi waren er drie manen te zien.
Daar waar mannen van Mars komen en vrouwen van Venus, is Jupiter misschien wel het symbool van het doorbreken van de rolpatronen. Of probeer ik nu teveel aan elkaar te knopen?